Naar de inhoud

Nooduitgangen, verzamelplaats en brandmiddelen

In stap Voorzieningen zet je de echte ISO 7010-borden op de plattegrond: groen voor vluchten en eerste hulp, rood voor brandbestrijding.

Voorzieningen horen bij de verdieping, niet bij één kaart: een brandblusser hangt op dezelfde plek, op welke kaart je ook kijkt. In stap Voorzieningen zet je ze neer.

Een bord neerzetten

Links staan de groepen: Nooduitgang, Verzamelplaats, Eerste hulp, Brandmiddelen en Afsluiters. Kies een groep, kies in het paneel ernaast het bord en klik op de plek in de tekening. Een volgende klik zet er nog een neer. Je kunt een bord ook meteen uit het paneel op de tekening slepen.

Zoek je een bord? Typ in het paneel een deel van de naam, zoals "blusser" of "AED". Bovenaan staan de borden die je het laatst gebruikte; minder gangbare borden staan onder Meer. Kom je terug in deze stap, dan staat het laatste bord klaar.

De borden zijn de veiligheidstekens uit ISO 7010, zoals op de bordjes in het gebouw:

  • groen: nooduitgang, noodraam met vluchtladder, reddingsraam (waar de brandweer met de ladder bij kan), vluchtladder, deurontgrendeling, verzamelplaats, EHBO, AED, arts, BHV, noodtelefoon, oogdouche, nooddouche, brancard en evacuatiestoel;
  • rood: brandblusser, blusdeken, brandslanghaspel, brandmelder, telefoon voor brandmelding en brandmeldpaneel;
  • de hoofdafsluiters van gas, water en elektra en de droge blusleiding hebben een eigen teken.

De hoofdafsluiters, het brandmeldpaneel en de droge blusleiding zijn voor de brandweer en de BHV, niet voor wie vlucht. Ze staan daarom niet op de ontruimingskaarten, maar op de overzichtskaart van de verdieping.

Wat er minstens op moet

Elke verdieping heeft minstens één nooduitgang, en het gebouw een verzamelplaats. Zolang die ontbreken, staat dat in de checklist.

Waar het bord nooduitgang komt, zegt de norm ook: op de begane grond buiten de gevel, tegen de uitgang naar buiten; op andere verdiepingen bij de trap op de vluchtroute, en daar nooit buiten het gebouw. Kun je op een verdieping door een raam naar buiten, gebruik dan Noodraam met vluchtladder of Reddingsraam, niet Nooduitgang. Staat het ergens anders, dan zegt de checklist dat.

Heeft een verdieping geen handbrandmelder of geen blusmiddel, dan noemt de checklist dat onder Brandmelders en blusmiddelen. Dat punt mag open blijven als het publiek in jouw gebouw niet zelf blust; het is er om niets te vergeten.

De verzamelplaats

De verzamelplaats ligt vaak buiten het gebouw. Ligt hij ver weg, dan wijst een pijl aan de rand van de kaart ernaartoe, met de afstand, zodat het gebouw groot op de kaart blijft. Zijn er meer verzamelplaatsen, dan krijgt elk op de kaart een nummer: 1, 2, enzovoort. Zo kan het ontruimingsplan zeggen wie waarheen gaat.

Begon je met een adres, dan zoekt de app zelf een plek: buiten, op minstens 20 meter van de gevel, het liefst op een plein, anders op een parkeerterrein, een grasveld of de stoep, en nooit op de rijbaan of iemands erf. De omgeving komt uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Het voorstel staat met een groene ring op de tekening; met Overnemen zet je het bord daar neer, met Zelf neerzetten kies je de plek zelf.

Het blijft een voorstel: spreek de verzamelplaats af met wie er werkt, en met de buren als het plein gedeeld is.

Sneller met de eerste opzet

Heb je de plattegrond met de deuren getekend, dan zet de eerste opzet de nooduitgangen en blussers bij de ingangen en de trappen voor je neer. Jij vult aan wat de app niet kan weten, zoals de brandmelders en de AED.

Alleen wat je gebruikt

De legenda op de kaart toont alleen de borden die op die kaart staan. Je hoeft dus niets weg te laten om de legenda kort te houden.

Staat je vraag er niet bij?